In de Kamercommissie Justitie van 24 juni 2026 werden samengevoegde parlementaire vragen van Stefaan Van Hecke en Marijke Dillen besproken over de veiligheid en bescherming van beëdigd vertalers en tolken die opdrachten uitvoeren voor politie en justitie.
De aanleiding was een recent incident waarbij een beëdigd tolk tijdens een politieverhoor zwaar gewond raakte na een fysieke aanval door een verdachte en de ruchtbaarheid die daaraan werd gegeven. Wij onderwierpen het antwoord van minister van Justitie Annelies Verlinden aan een kritische analyse. De integrale vragen van volksvertegenwoordigers Van Hecke en Dillen en het antwoord van minister Verlinden daarop kan u lezen onderaan dit stuk.
Een opvallende vaststelling: niemand houdt cijfers bij
Misschien wel de meest onthutsende passage uit het antwoord van de minister is de erkenning dat noch de FOD Justitie, noch het College van hoven en rechtbanken, noch de politie beschikt over cijfers over agressie tegen beëdigd tolken en vertalers.
Dat betekent concreet dat de overheid vandaag geen zicht heeft op het aantal incidenten, de aard van de agressie, de plaatsen waar deze plaatsvinden, eventuele evoluties doorheen de jaren en terugkerende risico's of patronen.
Dit gebrek aan registratie maakt elk onderbouwd veiligheidsbeleid vrijwel onmogelijk. De situatie roept een fundamentele vraag op: hoe kan Justitie beoordelen of er al dan niet sprake is van een (structureel) probleem wanneer de noodzakelijke gegevens ontbreken? Opmerkelijk is dat de minister zelfs aangeeft dat de administratie voornamelijk via persartikels en beroepsverenigingen kennis neemt van incidenten.
Opleidingen agressiebeheersing: graag meer dan een afleidingsmanoeuvre
De minister kondigde aan dat de FOD Justitie met beroepsverenigingen zal overleggen over mogelijke opleidingen inzake agressiebeheersing voor hun leden. Hopelijk ziet de overheid daarbij niet over het hoofd dat een meerderheid van beëdigd vertalers en tolken niet is aangesloten bij een beroepsvereniging. Overigens werd op het terrein eerder deze maand al een workshop over dit onderwerp georganiseerd naar het voorbeeld van gelijkaardige recente iniatieven voor advocaten. Onze ervaring als organisatoren hierbij leert dat voor dergeijke opleiding interactie tussen opleider en deelnemers een absolute must is en een beperkt aantal deelnemers per sessie de kwaliteit ten goede komt. Dit voor alle tolken uit het register aanbieden, wordt dus een uitdaging voor de FOD Justitie.
Ook mogen opleidingen voor tolken geen substituut worden voor een structurele bescherming. Een agressieprobleem wordt immers niet opgelost door enkel potentiële slachtoffers beter te leren omgaan met geweld. De eerste verantwoordelijkheid blijft liggen bij de organiserende overheid die een veilige werkomgeving moet garanderen voor professionals waarop zij beroep doet. De focus op weerbaarheid mag geen afleidingsmanoeuvre zijn voor vragen rond preventie, aansprakelijkheid en bescherming.
De verzekeringskwestie blijft grotendeels onbeantwoord
Een tweede opvallend element betreft de schadevergoeding voor slachtoffers. De minister bevestigt dat de Staat zijn eigen verzekeraar is voor arbeidsongevallen, maar voegt eraan toe dat nog moet worden onderzocht in welke mate beëdigd tolken hiervan kunnen genieten omdat zij doorgaans als zelfstandigen werken. Dit neemt niet weg dat bij de ons gekende incidenten waarbij tolken slagen kregen toegediend door een verdachte of beklaagde, de agressors van hun vrijheid waren beroofd. Het valt moeilijk te betwisten dat de Belgische staat dan instaat voor hun bewaking en de veiligheid van professionals aanwezig in een verhoorloaal of zittingszaal.
De minister verwijst uiteindelijk naar de klassieke strafrechtelijke weg: er moet een gerechtelijk dossier worden geopend en het slachtoffer kan zich burgerlijke partij stellen. Voor veel zelfstandige tolken betekent dit in de praktijk een langdurig en onzeker traject. Wie betaalt medische kosten? Wat gebeurt er bij tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid? Hoe lang laat een eventuele schadevergoeding op zich wachten? Op dit punt valt op dat de minister geen engagement aangaat om een specifieke schaderegeling uit te werken, ondanks de expliciete vraag van de parlementsleden.
Veiligheidsmaatregelen zouden bestaan, maar zijn weinig transparant
Volgens de minister worden verhoren georganiseerd op basis van een voorafgaande risicoanalyse. Op dit vlak toont haar antwoord veel gelijkenissen met dat van minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Quentin over dezelfde kwestie.
Voor die analyse zou rekening worden gehouden met: de aard van de feiten; het profiel van de gehoorde persoon; de inrichting van de lokalen; de aanwezigheid van politie; de beheersing van de omgeving.
Daarnaast verwijst minister Verlinde naar bestaande politierichtlijnen, waaronder CP3 en de omzendbrief GPI 62ter. Het probleem is echter dat deze maatregelen grotendeels intern zijn en niet zichtbaar zijn voor de beroepsgroep.
Voor tolken zelf is en blijft onduidelijk hoe het risico precies wordt ingeschat. We durven vanuit onze jarenlange ervaring met politieverhoren sterk betwijfelen dat tolken in de praktijk systematisch vooraf worden geïnformeerd over mogelijke gevaren. Kunnen tolken - die gevorderd (!) zijn - überhaupt een opdracht weigeren wanneer de veiligheidsomstandigheden onvoldoende lijken? Het is ook niet duidelijk of er uniforme veiligheidsprocedures bestaan in alle politiezones en rechtbanken. Op dergelijke vragen volgde geen concreet antwoord. De minister stelt wel dat de veiligheid van tolken "integraal deel uitmaakt" van de bestaande aanpak. Zonder bijkomende transparantie blijft moeilijk te beoordelen hoe die bescherming er in de praktijk uitziet.
Het dossier van de anonieme identificatienummers blijft aanslepen
Een van de meest gevoelige onderwerpen betreft de bescherming van de identiteit van beëdigd vertalers en tolken. Het Gerechtelijk Wetboek voorziet al jaren in de mogelijkheid om een anoniem identificatienummer toe te kennen wanneer veiligheidsredenen dat vereisen. In theorie zou dit kunnen voorkomen dat tolken in gevoelige dossiers rechtstreeks identificeerbaar zijn. In de praktijk blijkt dit systeem van anonieme identificatienummers nog steeds niet operationeel.
Opmerkelijk is dat de minister tijdens haar antwoord geen concrete timing gaf voor een oplossing. Meer nog: ze liet de speciefieke vragen over het ontbrekende KB zelfs volledig onbeantwoord!. Nochtans wezen beide parlementsleden erop dat het ontbreken van een werkbaar anonimiteitssysteem bijzonder problematisch is in dossiers rond georganiseerde criminaliteit, terrorisme, zware geweldsfeiten of familiale conflicten.
Maatschappelijke functie: voorzichtig opening, geen engagement
Een centraal punt van de vragen betrof artikel 79, §4 van het nieuwe Strafwetboek. Dat artikel voorziet verzwarende omstandigheden wanneer geweld wordt gepleegd tegen personen die een maatschappelijke functie uitoefenen. Vandaag vallen beëdigd vertalers en tolken niet onder die bescherming.
De argumentatie van de parlementsleden daarbij is dat tolken een essentiële rol vervullen in de rechtsbedeling en hun aanwezigheid vaak onmisbaar is voor een eerlijk proces, zij samenwerken met politie, magistraten, griffiers en advocaten en zij worden blootgesteld aan vergelijkbare risico's als voornoemde beroepscategorieën.
De minister sloot een uitbreiding op langere termijn niet uit, maar beperkte zich tot de vaststelling dat eerst verder onderzoek nodig is. Dat antwoord houdt de deur open, maar creëert voorlopig geen enkele rechtszekerheid. En ook hier geen concrete timing.
Conclusie: erkenning van het probleem, maar we zijn nog mijlenver van een oplossing
Hoewel de minister begrip toont voor de problematiek en expliciet haar steun uitspreekt aan het recente slachtoffer, ontbreekt een aantal elementen die men zou verwachten bij een structurele aanpak:
- Geen centrale registratie van incidenten; zonder cijfers is er geen evidence-based beleid mogelijk.
- Geen concrete timing: noch voor de anonimiteitsregeling, noch voor eventuele wetswijzigingen werd een planning aangekondigd.
- De aansprakelijkheids- en vergoedingskwesties blijven grotendeels onopgelost.
- Geen engagement voor noodzakelijke wetswijzigingen.
- De opportuniteit van de opname van beëdigd vertalers en tolken in het beschermingsregime van het nieuwe Strafwetboek moet nog worden onderzocht.
Het antwoord van de minister maakt duidelijk dat er erkenning is van de risico's, maar nog geen uitgewerkt beschermingsbeleid binnen justitie.
Ondertussen blijft de paradox bestaan dat beëdigd vertalers en tolken onmisbare actoren zijn binnen de rechtsbedeling, maar tegelijk minder beschermd worden dan vele andere professionals met wie zij dagelijks samenwerken. Kenmerkend: de voorbije maanden maakte het kabinet van de minister van Justitie wel werk van wetgevend initiatieven voor de anonimisering van cipiers en van een voorontwerp van wet met het oog op de bescherming van magistraten en leden van de griffie door middel van het afschermen van hun identiteit. De veiligheid van beëdigd vertalers en tolken blijkt duidelijk een pak minder urgent voor de beleidsverantwoordelijken.
Samengevoegde mondelinge parlementaire vragen van:
- Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De bescherming van beëdigde tolken bij opdrachten voor de politie en justitie" (56016164C)
- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Een betere bescherming van beëdigd vertalers-tolken" (56016232C)
42.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): De voorbije jaren waren er meerdere ernstige incidenten waarbij beëdigd tolken tijdens hun opdracht slachtoffer werden van geweld. Recent raakte een tolk zwaar gewond tijdens een politieverhoor nadat een verdachte haar meerdere slagen had toegebracht. Eerder waren er gelijkaardige incidenten op een correctionele zitting in Hasselt en tijdens een voorleiding bij een onderzoeksrechter in Leuven.
Uit communicatie met de FOD Justitie blijkt dat de Staat in principe zijn eigen verzekeraar is en geen specifieke verzekeringspolis afsluit voor tolken die tijdens hun opdracht slachtoffer worden van agressie. Daarnaast voorziet artikel 555/11, §2, van het Gerechtelijk Wetboek in de mogelijkheid om een anoniem identificatienummer toe te kennen wanneer de identiteit van een deskundige, vertaler of tolk om veiligheidsredenen moet worden afgeschermd, maar het noodzakelijke uitvoeringsbesluit lijkt nog steeds te ontbreken. Tot slot vallen beëdigd vertalers en tolken vandaag niet onder de limitatieve lijst van personen met een maatschappelijke functie in artikel 79, 4°, van het nieuwe Strafwetboek.
Daarom heb ik volgende vragen:
Kunt u voor de afgelopen vijf jaar een overzicht geven van het aantal incidenten waarbij beëdigd vertalers, tolken of vertalers-tolken tijdens een opdracht voor politie of justitie slachtoffer werden van agressie of geweld? Graag opgesplitst per jaar, aard van de opdracht en plaats van het incident.
Klopt het dat er binnen Justitie geen specifieke verzekering bestaat voor beëdigd tolken die tijdens een opdracht in strafzaken slachtoffer worden van geweld? Op welke manier kunnen getroffen tolken vandaag hun lichamelijke of materiële schade verhalen?
Acht u het wenselijk dat getroffen tolken zelf een gerechtelijke procedure moeten opstarten om schadevergoeding te bekomen? Wordt een snellere en laagdrempeligere schaderegeling onderzocht?
Werd sinds de eerdere incidenten een risicoanalyse uitgevoerd over de veiligheid van beëdigd tolken bij opdrachten voor politie en justitie? Zo ja, welke maatregelen volgden daaruit? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Welke concrete veiligheidsmaatregelen bestaan vandaag voor tolken bij politieverhoren, voorleidingen, zittingen en andere risicovolle opdrachten? Bestaan hierover uniforme richtlijnen?
Wat is de stand van zaken van het uitvoeringsbesluit bij artikel 555/11, §2, van het Gerechtelijk Wetboek? Wanneer zal het systeem van anonieme identificatienummers effectief toepasbaar zijn?
Bent u bereid te onderzoeken of beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken moeten worden toegevoegd aan de lijst van personen met een maatschappelijke functie in artikel 79, 4°, van het nieuwe Strafwetboek?
42.02 Marijke Dillen (VB): "Wanneer krijgen beëdigd vertalers-tolken de bescherming die hun functie verdient?", was de titel van een artikel in een vooraanstaand juridisch platform. De recente mediaberichtgeving over een beëdigd tolk die zwaar gewond geraakte tijdens een politieverhoor na een fysieke aanval door een verdachte. Dit incident staat niet op zichzelf maar illustreert een structureel probleem. Beëdigd tolken en vertalers-tolken opereren in een steeds risicovollere context zonder aangepaste wettelijke bescherming of sluitende veiligheidsmaatregelen. Dit is geen nieuw probleem. Reeds in 2022 vroeg de beroepsvereniging maatregelen omdat geweld, bedreigingen en intimidatie steeds vaker voorkomen.
Het nieuw Strafwetboek voorziet in verzwarende omstandigheden bij geweld tegen personen die een maatschappelijke functie uitoefenen. Beëdigd vertalers en tolken ontbreken in de limitatieve opsomming. Het contrast is schrijnend: tolken en vertalers werken dagelijks samen met professionals die wel beschermd worden door verzwarende strafmaatregelen voor daders van geweldpleging, terwijl ze zelf onbeschermd blijven. Is de minister bereid om bij hoogdringendheid een wetgevend initiatief te nemen om ook deze beroepsgroep op te nemen in de lijst van personen die een maatschappelijke functie uitoefenen?
Kan de minister een overzicht geven van de veiligheidsmaatregelen die vandaag worden toegepast bij verhoren bij de Politie, bij voorleidingen en zittingen?
De vraag rijst wie er verantwoordelijk is wanneer tolken en vertalers-tolken slachtoffers worden van geweld tijdens hun werk toegebracht door een persoon onder toezicht van Justitie. In praktijk kunnen getroffenen gedwongen worden tot jarenlange procedures voor de rechtbank om schadevergoeding te krijgen. Kan de minister duidelijk bevestigen dat Justitie hiervoor de verantwoordelijkheid draagt en dossiers m.b.t. geweld tegen vertalers en tolken bij prioriteit zal afhandelen? Bestaat er een verzekering?
Naast fysieke bescherming blijkt ook de bescherming van de identiteit van tolken en vertalers problematisch. Het Ger. Wb. voorziet in de mogelijkheid voor gerechtsdeskundigen, vertalers en tolken om via een anoniem identificatienummer op te treden in gevoelige dossiers maar volgens de Raad van State zijn hier wetswijzigingen nodig. Wanneer gaat de minister eindelijk een wetgevend initiatief nemen?
42.03 Minister Annelies Verlinden: Noch de FOD Justitie, noch het College van hoven en rechtbanken, noch de politie beschikt over cijfers hieromtrent. De diensten van de FOD Justitie worden niet systematisch geïnformeerd over incidenten die zich voordoen tijdens tussenkomsten van beëdigd tolken bij de politie of bij de hoven en rechtbanken. Zij hebben wel kennisgenomen van bepaalde feiten via de pers en via enkele beroepsverenigingen. De FOD Justitie zal dit bespreken met de verenigingen en met hen nagaan in welke mate opleidingen inzake agressiebeheersing kunnen worden georganiseerd en aangeboden aan hun leden.
Wat de reactie op agressie betreft, geldt, zoals voor elk slachtoffer van een misdrijf, dat een gerechtelijk dossier moet worden geopend. Dat kan gebeuren op initiatief van de gerechtelijke overheid in geval van heterdaad, wanneer de feiten zich voordoen in aanwezigheid van de politie of een magistraat, of naar aanleiding van een klacht die door de tolk wordt ingediend. Aangezien de Staat zijn eigen verzekeraar is voor arbeidsongevallen, moet worden onderzocht in welke mate de contractuele banden die ons met de beëdigd tolken verbinden, de Staat zouden toelaten om in dit kader tussen te komen, aangezien zij werken onder het statuut van zelfstandige.
Ik spreek wel mijn volledige steun uit aan het slachtoffer en herinner aan de onmisbare rol van tolken voor het goede verloop van politie- en gerechtelijke procedures. Politieverhoren verlopen binnen een strikt wettelijk kader dat de rechten van de gehoorde personen, evenals de veiligheid van alle betrokkenen, moet waarborgen. Op het vlak van veiligheid wordt elke situatie afzonderlijk beoordeeld. Overeenkomstig de geldende referentiekaders van de politie, met name CP3 en de omzendbrief GPI 62ter, wordt elk incident geanalyseerd om de precieze omstandigheden vast te stellen en er nuttige lessen uit te trekken.
Het komt toe aan de betrokken korpschef, de bevoegde gerechtelijke overheden en de controleorganen, zoals de AIG en het Comité P, om de feiten volledig op te helderen en, in voorkomend geval, eventuele disfuncties vast te stellen. Meer in het algemeen berust de organisatie van verhoren op een voorafgaande risicoanalyse, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de aard van de feiten en het profiel van de gehoorde persoon. Op basis daarvan worden aangepaste maatregelen genomen, zoals de inrichting van de lokalen, de beheersing van de omgeving en een voldoende politieaanwezigheid. De veiligheid van tolken maakt integraal deel uit van die aanpak. Zij worden geïnformeerd over het verloop van het verhoor, met inbegrip van alle veiligheidsaspecten.
De beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken zijn momenteel niet opgenomen in de lijst van personen die een maatschappelijke functie uitoefenen, zoals bedoeld in artikel 79, § 4, van het nieuwe Strafwetboek. Er dient verder te worden onderzocht of beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken eveneens onder dit beschermingsregime moeten worden opgenomen.
42.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden.
Ik begin met uw laatste antwoord. Het is inderdaad goed dat te onderzoeken. De vraag stellen is ook de suggestie doen dat we daarvoor openstaan en denken dat dat ook belangrijk kan zijn, zeker in bepaalde delicate zaken, waar de naam, de identiteit van de tolken wordt vermeld op documenten. Zij kunnen nadien dus worden geïdentificeerd. Aangezien dat toch delicaat is, verzoek ik u dat verder te onderzoeken en verder in dialoog te gaan met de beroepsvereniging, die de nodige kennis heeft, op de hoogte is van wat op het terrein gebeurt en dat op een ernstige manier aanpakt en aanbrengt. Ik dank u om dat zeker verder op te volgen.
42.05 Marijke Dillen (VB): Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Ik sluit me graag aan bij de repliek van de heer Van Hecke. Het is zeker de moeite waard om dat te onderzoeken voor deze beroepscategorie en misschien nog een paar andere beroepscategorieën die intussen hoe langer hoe meer het slachtoffer worden van geweld tijdens de uitoefening van hun opdracht. Ik denk bijvoorbeeld aan recente gevallen van zware agressie tegen huisvuilophalers. Er zijn nog andere categorieën. Vertalers en tolken verdienen zeker die bescherming.
Ten tweede moet er ook werk worden gemaakt van de mogelijkheid om via een anoniem identificatienummer op te treden in gevoelige dossiers. Volgens de Raad van State is ook daarvoor een wetswijziging nodig. Ik hoop dat u daar ook aandacht aan besteedt.
Tot slot, mevrouw de minister, weet ik niet of u dat artikel in de Juristenkrant gelezen hebt, op basis waarvan ik mijn vraag heb opgesteld. Ik keek toch op dat, naar aanleiding van de mediaberichtgeving over een beëdigd tolk die zwaargewond is geraakt tijdens een politieverhoor, wordt gesproken van een structureel probleem. Dat wil zeggen dat het meer en meer voorkomt. Dat moet dus zeker uw aandacht verdienen.
Bron: Commissie voor Justitie, Kamer van volksvertegenwoordiger, 24 juni 2026
.Bekijk hier de video met het antwoord van de minister van Justitie
