23 juni 2026

Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken vindt nieuwe veiligheidsmaatregelen voor tolken bij politieverhoren niet aan de orde

Op 17 juni 2026 werd een vraag van volksvertegenwoordiger Ortwin Depoortere over "De tijdens een verhoor aangevallen tolk" aan minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Bernard Quentin beantwoord in de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken.

De integrale vraag en het antwoord van minister Quintin kan u onderaan dit stuk lezen. Eerst volgt een analyse van zijn antwoord.

De antwoorden van minister Bernard Quintin zijn inhoudelijk eerder defensief en beperkt. Daarbij valt vooral op wat de minister níét zegt. De minister erkent de ernst van het recente incident waarbij een tolk werd aangevallen tijdens een verhoor. Hij benadrukt ook het belang van beëdigd tolken in strafprocedures, maar gaat nauwelijks in op de structurele problemen die de beroepsgroep al jaren aankaart. De parlementaire vraag verwijst expliciet naar verhoren met tolk van personen verdacht van zware geweldsdelicten, van weerspannige personen en van psychisch instabiele verdachten. In de antwoorden van de minister wordt hier niet op ingegaan.

Hij stelt dat verhoren gebeuren binnen een strikt wettelijk kader, vooraf een risicoanalyse wordt uitgevoerd, veiligheidsmaatregelen worden aangepast aan de aard van de feiten en het profiel van de verdachte en deze maatregelen tijdens verhooropleidingen worden benadrukt. Minister Quintin heeft het dus over een systeem van risicoanalyse, maar de vraag rijst of dit voldoende is. Het feit dat een verdachte van poging tot moord een tolk zo zwaar kon verwonden tijdens een politieverhoor roept juist vragen op over de effectiviteit van die risicoanalyse.

De minister legt bovendien niet uit:

  • welke criteria worden gebruikt voor de risicoanalyse;
  • wanneer extra politiepersoneel aanwezig moet zijn bij een verhoor;
  • of er specifieke richtlijnen bestaan voor hoogrisicoverhoren;
  • of er specifieke richtlijnen bestaan voor de bescherming van externe tolken;
  • hoe de fysieke positie van een tolk in een verhoorlokaal wordt bepaald vanuit het oogpunt van veiligheid;
  • of een fysieke scheiding tussen verdachte en tolk mogelijk is bij verhoogd risico;
  • of er alarmprocedures bestaan.

De stelling dat tolken bij verhoren worden geïnformeerd over veiligheidsaspecten, is iets wat meerdere door ons geraadpleegde ervaren beëdigd tolken niet kunnen beamen aan de hand van hun jarenlange praktijkervaring met politieverhoren.

Het antwoord van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken laat daardoor de kernvraag onbeantwoord: zijn de bestaande veiligheidsmaatregelen adequaat en moeten ze eventueel worden aangescherpt in de toekomst?

De voogdijminister van de politiediensten heeft overigens duidelijk ook niet de ambitie om beëdigd vertalers en tolken dezelfde institutionele bescherming te bieden als andere actoren die in dezelfde risicovolle context werken. Minister Quintin kondigt geen enkele nieuwe veiligheidsmaatregel aan, zelfs geen evaluatie van bestaande procedures. Voorts verwijst hij voor de vragen rond opleiding en eventuele strafverzwaring naar de bevoegdheidsverdeling en dus naar zijn collega bevoegd voor Justitie .

Parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Ortwin Depoortere aan minister Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken) over "De tijdens een verhoor aangevallen tolk"

Vraag:

Maandag 27 april werd beëdigd tolk Gabriela Kürti, 65 jaar, tijdens een politieverhoor in Hoogstraten zwaar aangevallen door een 22-jarige Roemeense verdachte van poging tot moord. De verdachte zou eerder die ochtend betrokken zijn geweest bij een steekpartij in Merksplas.

Tijdens het verhoor sloeg hij de tolk plots met een vuist in het gezicht. De gevolgen zijn bijzonder zwaar: een gebroken neusregio, een verzakte oogkas, zenuwschade, gevoelloosheid aan lip en tanden. Er zou zelfs een kaakoperatie met titaniumplaat volgen.

Tolken vervullen bij politieverhoren een essentiële rol. Zonder hen kunnen politiediensten hun werk in heel wat dossiers niet correct uitvoeren. Dat dit soort geweld kon plaatsvinden tijdens een verhoor, in een politiekantoor, is zeer verontrustend.

  1. Welke veiligheidsrichtlijnen bestaan er vandaag voor politieverhoren waarbij externe tolken aanwezig zijn, zeker wanneer het gaat om verdachten van zware geweldsfeiten, weerspannigheid of psychische instabiliteit? Moeten deze volgens u aangescherpt worden?
  2. Welke maatregelen neemt u om de veiligheid van tolken te verbeteren tijdens verhoor?
  3. Bent u bereid om werk te maken van specifieke veiligheidsopleidingen voor tolken waarbij men waarschuwingssignalen leert erkennen?
  4. Maakt u, in overleg met uw collega de minister van Justitie, werk van strafverzwaring wanneer verdachten een tolk aanvallen?

Antwoord:

Het geval waar u naar verwijst is een bijzonder ernstig feit. Ik spreek mijn volledige steun uit aan het slachtoffer en onderschrijf de onmisbare rol van tolken in het goede verloop van politie- en gerechtelijke procedures.

Politieverhoren verlopen binnen een strikt wettelijk kader, dat de rechten van de gehoorde personen evenals de veiligheid van alle betrokkenen moet waarborgen.

De organisatie van verhoren berust op een voorafgaande risicoanalyse, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de aard van de feiten en het profiel van de gehoorde persoon. Op basis daarvan worden aangepaste maatregelen genomen.

Tijdens de verhooropleidingen die worden gegeven, worden deze veiligheidsmaatregelen in herinnering gebracht om de veiligheid van alle betrokkenen te waarborgen.

De veiligheid van tolken maakt integraal deel uit van deze logica. Zij worden geïnformeerd over het verloop van het verhoor, met inbegrip van de veiligheidsaspecten.

Zoals bij elke politie-interventie kan een restrisico evenwel nooit volledig worden uitgesloten, en daarom wordt elk incident nauwgezet opgevolgd. Het huidige geval wordt zeer ernstig genomen. Overeenkomstig de geldende referentiekaders wordt elk incident geanalyseerd om de precieze omstandigheden vast te stellen en er nuttige lessen uit te trekken. Het komt toe aan de betrokken korpschef, de bevoegde gerechtelijke overheden en de controle-instanties om de feiten volledig op te helderen en eventuele disfuncties vast te stellen.

De vraag naar een eventuele bijkomende opleiding voor tolken behoort niet tot mijn bevoegdheden.

Tot slot voorziet het Strafwetboek reeds in mechanismen om rekening te houden met de ernst van de feiten. Elke eventuele wijziging valt onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.

Meer informatie of een afspraak maken?