Het koninklijk besluit van 15 juli 2026 betreffende de permanente vormingen voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken is op 19 augustus 2026 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 555/9, 2° van het Gerechtelijk Wetboek. Het bepaalt welke voorwaarden gelden voor permanente vorming voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken die zijn opgenomen in het Nationaal register van de FOD Justitie met het oog op de verlenging van hun opname. Daarnaast verduidelijkt het welke activiteiten als permanente vorming kunnen worden beschouwd en welke documenten bij een aanvraag tot verlenging moeten worden voorgelegd.
In de FAQ hieronder beantwoorden we de 18 belangrijkste vragen waarmee veel collega's nog blijken te zitten.
FAQ - Permanente vorming voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken
1. Hoe lang blijft mijn opname in het definitieve register geldig?
Je opname in het Nationaal register is zes jaar geldig. Deze periode kan telkens met zes jaar worden verlengd. De termijn van zes jaar begint te lopen vanaf de datum van de beslissing tot opname door de bevoegde ambtenaar.
Wil je na zes jaar opgenomen blijven in het register? Dan moet je tijdig een aanvraag tot verlenging indienen.
2. Wanneer moet ik mijn aanvraag tot verlenging indienen?
Je moet je aanvraag tot verlenging uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van je periode van zes jaar indienen bij de dienst Nationaal register van de FOD Justitie. Wacht dus niet tot het einde van de zesjarige periode.
3. Welke documenten moet ik bij mijn aanvraag voegen?
Voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken moet je de volgende documenten toevoegen:
- een bijgewerkt cv;
- een activiteitenverslag;
- een lijst van de burgerrechtelijke en administratieve opdrachten die je gedurende de zesjarige periode hebt uitgevoerd;
- een lijst van de gevolgde permanente vormingen;
- het bewijs dat je gedurende de zesjarige periode minstens 60 uur permanente vorming hebt gevolgd.
4. Wat is een activiteitenverslag?
Het activiteitenverslag is een samenvattend overzicht van je activiteiten gedurende de voorbije zes jaar. Je stelt dit verslag zelf op. Het moet aantonen dat je je activiteit als beëdigd vertaler, tolk en/of vertaler-tolk regelmatig hebt uitgeoefend.
Daarnaast vermeld je hoe je gedurende die periode je taalkundige kennis en je kennis van vertaal- en/of tolktechnieken hebt onderhouden of verder ontwikkeld.
Een activiteitenverslag kan bijvoorbeeld een globaal overzicht bevatten van:
- het aantal beëdigde vertalingen per talencombinatie;
- het aantal tolkopdrachten per talencombinatie.
Belangrijk: je hoeft geen volledige lijst van al je opdrachten in strafzaken, bijvoorbeeld bij rechtbank of politie, toe te voegen. Dit hebben we te danken aan een opmerking van de Raad van State. In zijn advies merkte de Raad op dat de bepaling van artikel 555/10, § 1, derde lid, Ger.W. zich uitdrukkelijk beperkt tot het voorleggen van een lijst van burgerrechtelijke en administratieve opdrachten, samen met het bewijs van de gevolgde permanente vormingen. Bijgevolg is er geen rechtsgrond voorhanden om de verplichting op te leggen om ook de uitgevoerde verrichte beëdigde vertalingen of vertolkingen voor politionele en strafrechtelijke overheden te bezorgen.
5. Moet ik al mijn opdrachten afzonderlijk documenteren?
Nee, niet voor het activiteitenverslag.
Het activiteitenverslag is bedoeld als een globaal overzicht van je werkzaamheden. Een volledige lijst van opdrachten in strafzaken hoef je niet toe te voegen. Zie ook vraag 4.
Voor burgerrechtelijke en administratieve opdrachten voorziet het koninklijk besluit wel in een afzonderlijke lijst.
Deze documenten mogen worden geanonimiseerd, zodat je rekening kunt houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Daarnaast bepaalt de deontologische code dat beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken discreet moeten omgaan met alle informatie die zij tijdens of in het kader van hun opdrachten verwerven. Deze discretieplicht blijft ook na beëindiging van de opdracht gelden.
6. Hoeveel uur permanente vorming moet ik volgen?
In principe moet je gedurende de zes jaar waarin je opname geldig is minstens 60 uur permanente vorming volgen.
Het gaat om een totaal van 60 uur over de volledige periode van zes jaar. Er is geen bepaald minimum- of maximumaantal uren dat je per jaar moet volgen.
7. Wat wordt beschouwd als permanente vorming?
Permanente vorming omvat activiteiten die erop gericht zijn om je kennis en competenties te onderhouden en/of verder te ontwikkelen.
Voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken gaat het onder meer om:
- kennis van de talen waarvoor je in het register bent opgenomen;
- theoretische, technische en methodologische kennis die noodzakelijk is om als beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk te kunnen optreden;
- juridische kennis en technische woordenschat die nodig zijn voor de goede uitvoering van je opdrachten;
- vertaal- en tolktechnieken;
- bedrevenheid in het vertalen en/of tolken.
Ook kennis die verband houdt met de juridische opleiding (koninklijk besluit betreffende de juridische opleiding van 30 maart 2018) kan relevant zijn, meer bepaald:
- algemeen overzicht van het Belgische rechtssysteem, gerechtelijke organisatie, bronnen van het recht, justitiële actoren;
- strafprocesrecht, burgerlijk procesrecht, noties van het strafrecht en burgerlijk recht;
- gerechtskosten en tarifering;
- juridische terminologie;
- rol van de vertaler, tolk en vertaler-tolk in een gerechtelijke procedure;
- toepassing van de verschillende technieken van vertaling en vertolking in strafrechtelijke en burgerrechtelijke procedures;
- werking van het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
- deontologie, rechten en plichten;
- tolkhouding.
8. Telt het regelmatig uitvoeren van vertaal- en tolkopdrachten ook mee als permanente vorming?
Ja. Het koninklijk besluit bepaalt uitdrukkelijk dat het regelmatig vertalen en/of tolken in de talen waarvoor je in het Nationaal register bent opgenomen, als relevante permanente vorming wordt beschouwd.
Het regelmatig uitvoeren van vertaal- en tolkopdrachten is dus een belangrijk element bij het onderhouden van je professionele competenties.
9. Welke opleidingen of activiteiten kunnen als permanente vorming worden beschouwd?
De lijst met voorbeelden in het koninklijk besluit is niet-exhaustief. Er zijn dus meer mogelijkheden dan alleen de activiteiten die daar worden opgesomd.
Voorbeelden zijn opleidingen of activiteiten rond:
- juridische terminologie, zoals strafrecht, strafrechtspleging en burgerlijk recht;
- specifieke niet-juridische terminologie, bijvoorbeeld medische, financiële of technische terminologie;
- verdieping van het Nederlands, Frans of Duits;
- verdieping van een andere in het register gevalideerde taal;
- vertaling van procedurele handelingen;
- verbindingstolken, consecutief en simultaan tolken;
- geheugentechnieken, analyse- en notitietechnieken;
- tolken in strafzaken;
- tolken via videoconferentie en andere bijzondere technologieën;
- vertaaltechnieken en het gebruik van vertaalsoftware.
Ook andere professionele activiteiten kunnen in aanmerking komen, zoals:
- een doceeropdracht aan een universiteit, hogeschool of beroepsvereniging;
- een doctoraats- of postdoctoraatsproefschrift;
- deelname aan conferenties, seminars, colloquia of symposia;
- deelname aan onderzoeksprojecten;
- het schrijven van een wetenschappelijk artikel;
- een vertaal- of tolkstage in een nationale of internationale organisatie.
10. Moet een opleiding vooraf erkend zijn?
Nee. Er bestaat geen systeem van voorafgaande erkenning van opleidingen. Organisatoren van activiteiten kunnen hiervoor geen voorafgaande erkenning of accreditatie krijgen van de FOD Justitie. Dit geldt ook voor universiteiten, hogescholen, CVO's, beroepsverenigingen en andere organisatoren.
Er zijn bovendien geen geografische beperkingen. Een opleiding die je in het buitenland volgt, kan dus in principe ook in aanmerking komen.
Ook online opleidingen, zoals webinars, behoren tot de mogelijkheden. Het koninklijk besluit legt namelijk geen vereiste op dat deelnemers fysiek aanwezig moeten zijn.
Er bestaat in België bovendien geen systeem van PE-punten (Permanente Educatie) zoals dat bijvoorbeeld in Nederland bestaat.
Belangrijk: je moet bij je aanvraag tot verlenging wel kunnen aantonen dat de gevolgde vorming relevant was voor het onderhouden of ontwikkelen van de kennis en competenties die nodig zijn voor jouw specifieke beroepsuitoefening.
11. Kan ik zelf aantonen waarom een bepaalde opleiding relevant is?
Ja. Je moet zelfs zelf het verband kunnen uitleggen tussen de gevolgde activiteit en het onderhouden en/of ontwikkelen van je kennis en competenties.
Het kan bijvoorbeeld gaan om:
- de taal of talen waarvoor je om verlenging vraagt;
- je vertaalcompetenties;
- je tolkcompetenties;
- je theoretische, technische en methodologische kennis;
- je juridische kennis die noodzakelijk is voor de uitvoering van je opdrachten.
De beoordeling gebeurt dus niet uitsluitend op basis van de titel van een opleiding. Je moet kunnen aantonen waarom de activiteit relevant is voor jouw talen, vertaal- of tolkcompetenties en/of juridische kennis.
12. Welke bewijsstukken moet ik van een opleiding bijhouden?
Bij je aanvraag tot verlenging moet je de volgende bewijsstukken kunnen voorleggen:
- de gedetailleerde inhoud van de gevolgde vormingen;
- een attest van deelname.
De bewijsstukken moeten behoorlijk zijn ingevuld en ondertekend door de instantie die bevoegd is om de inhoud van de activiteit en je deelname eraan te bevestigen.
Het is daarom verstandig om gedurende de volledige zesjarige periode je attesten en andere relevante documentatie systematisch bij te houden. Volgens artikel 22 van de deontologische code brengt de beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk de FOD Justitie bovendien jaarlijks op de hoogte van de gevolgde opleidingen.
Tip: na iedere opleiding kun je je attest van deelname uploaden in je profiel van het Nationaal register. Lees hier hoe je een attest van gevolgde vorming uploadt in het Nationaal register.
13. Wat als ik geen 60 uur permanente vorming heb gevolgd?
Het koninklijk besluit voorziet in de mogelijkheid om een afwijking te verkrijgen.
Dit geldt voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken die kunnen aantonen dat zij hun taalkundige en juridische kennis regelmatig hebben ontwikkeld en onderhouden door de regelmatige uitoefening van hun activiteiten. Je moet hiervoor een onderbouwd dossier indienen.
Dat dossier moet onder meer vermelden:
- het aantal verrichte prestaties;
- de onderwerpen waarover werd vertaald;
- een raming van het aantal vertaalde bladzijden per vertaalopdracht;
- een raming van het aantal uren dat aan tolkopdrachten werd besteed;
- de reden waarom je de vereiste 60 uur permanente vorming niet hebt gevolgd.
De dienst Nationaal register kan vragen om het dossier verder aan te vullen.
14. Staat er een fout in het koninklijk besluit dat op 19 augustus 2026 in het Staatsblad werd bekendgemaakt?
Ja. De dienst Nationaal register heeft ons bevestigd dat er in artikel 7 een redactionele fout staat.
Artikel 7 verwijst momenteel naar artikel 5, 5°, terwijl daarmee eigenlijk artikel 6, 5° wordt bedoeld. Dat is de bepaling over het bewijs van minstens 60 uur permanente vorming.
De dienst heeft aangegeven hiervan op de hoogte te zijn. Op het moment van de meegedeelde informatie was er nog geen concrete rechtzetting (erratum) voorzien.
15. Vanaf wanneer gelden de nieuwe regels?
De regelgeving inzake permanente vorming is van kracht vanaf de bekendmaking en inwerkingtreding van het koninklijk besluit.
De dienst Nationaal register heeft bovendien bevestigd dat ook rekening wordt gehouden met opleidingen die vóór 19 augustus 2026 hebben plaatsgevonden en waarvoor de afgegeven attesten van deelname niet waren ondertekend. Aangezien deze vereisten toen nog niet bekend waren, vormt dit volgens de ons verstrekte toelichting geen probleem.
16. Wordt er rekening gehouden met het late tijdstip van bekendmaking van het koninklijk besluit?
Ja. Het nieuwe koninklijk besluit werd pas op 19 augustus 2026 bekendgemaakt in het Staatsblad. Wie bijvoorbeeld al in 2023 definitief werd opgenomen, zal vanaf 2028 of 2029 een aanvraag tot verlenging moeten indienen.
De dienst Nationaal register heeft aangegeven dat bij het onderzoek van aanvragen tot verlenging rekening zal worden gehouden met het late tijdstip van bekendmaking van het koninklijk besluit.
17. Geldt de verplichting tot permanente vorming alleen voor personen die definitief zijn opgenomen?
Nee. Hoewel de bepalingen van het nieuwe koninklijk besluit in eerste instantie betrekking hebben op personen die in het definitieve register zijn opgenomen, geldt de verplichting tot permanente vorming volgens de communicatie van de dienst Nationaal register van 19 augustus 2026 ook op grond van artikel 22 van de deontologische code.
Ook wie momenteel voorlopig is opgenomen en nog wacht op een definitieve opname in het register, moet zijn of haar professionele kennis, competenties en juridische kennis dus onderhouden en ontwikkelen via permanente vorming.
18. Wie beslist over een weigering van een opleiding of afwijking?
De beslissing tot weigering van de erkenning van gevolgde opleidingen en/of van een afwijking wordt genomen door de minister van Justitie of zijn gemachtigde, na advies van de aanvaardingscommissie.
De beslissing wordt vervolgens aan de aanvrager meegedeeld.
Kort samengevat:
6 jaar
Je opname in het definitieve register is zes jaar geldig.
60 uur
In principe moet je gedurende die periode minstens 60 uur permanente vorming volgen.
6 maanden
Je moet je aanvraag tot verlenging uiterlijk zes maanden vóór het einde van je inschrijvingsperiode indienen.
Bewijs
Je moet je activiteiten en permanente vorming kunnen aantonen.
Geen voorafgaande erkenning
Opleidingen hoeven niet vooraf te worden goedgekeurd. Achteraf moet je wel de relevantie ervan kunnen aantonen.
Regelmatige beroepsuitoefening
Het regelmatig uitvoeren van vertaal- en tolkactiviteiten geldt als een relevante vorm van permanente vorming.
Afwijking mogelijk
Wie de 60 uur niet heeft gevolgd, kan onder bepaalde voorwaarden een afwijking aanvragen en moet daarvoor een onderbouwd dossier indienen.
Ook voorlopig opgenomen taalprofessionals
De verplichting tot permanente vorming geldt niet uitsluitend voor personen die al definitief in het register zijn opgenomen.
Geraadpleegde bronnen:
- Koninklijk besluit van 15 juli 2026 betreffende de permanente vormingen voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in artikel 555/9, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek (Staatsblad van 19 augustus 2026);
- ontwerpversie van het koninklijk besluit;
- advies van de Raad van State;
- communicatie van de dienst Nationaal register van 19 augustus 2026;
- antwoorden van de dienst Nationaal register;
- Koninklijk besluit van 18 april 2017 tot vaststelling van de deontologische code van de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
- Koninklijk besluit betreffende de juridische opleiding van 30 maart 2018;
Met dank aan Werner Vandemeulebroucke.
Disclaimer
De informatie in dit document wordt kosteloos verstrekt en heeft uitsluitend een algemeen en informatief karakter. Zij is niet afgestemd op de specifieke situatie of behoeften van een bepaalde persoon of onderneming en vormt geen juridisch, financieel of ander professioneel advies.
Translatica vof streeft ernaar de informatie zorgvuldig samen te stellen en actueel te houden, maar kan niet garanderen dat deze volledig, juist, actueel of betrouwbaar is. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend en zij houdt geen verbintenis of garantie in vanwege Translatica vof.
Het gebruik van deze informatie en het vertrouwen daarop gebeurt op eigen verantwoordelijkheid. Voor advies dat is afgestemd op uw specifieke situatie, raden wij aan een daartoe gekwalificeerde professional te raadplegen.
Voor zover wettelijk toegestaan, is Translatica vof niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van, het vertrouwen op of de onbeschikbaarheid van de informatie, met inbegrip van eventuele fouten, onvolledigheden of verouderde informatie.

