Sinds eind oktober zijn opnieuw verontrustende signalen opgedoken over de betaling van beëdigd vertalers en tolken die voor Justitie werken. We vernamen dat veel dienstverleners niet langer betaald worden omdat sinds de derde week van oktober de beschikbare budgetten opgebruikt zouden zijn.
Volksvertegenwoordiger Stefaan Van Hecke (Groen) bracht de problematiek intussen al ter sprake tijdens het vragenuurtje van de commissie Justitie van woensdag 4 november jl. Hij pleit ervoor om beschikbare begrotingsmiddelen uit onderbenuttingen prioritair in te zetten voor de gerechtskosten en de professionals die dagelijks bijdragen aan de afhandeling van strafzaken.
Opnieuw een betalingsstop voor vertalers en tolken
Het lijkt stilaan een jaarlijks terugkerend probleem te worden: vrij vroeg in het vierde kwartaal van het begrotingsjaar blijken de middelen voor gerechtskosten ontoereikend, met betalingsproblemen voor beëdigd vertalers, tolken en andere dienstverleners van justitie tot gevolg.
Ook nu bereiken ons sinds eind oktober berichten dat heel wat vertalers en tolken die opdrachten voor justitie uitvoeren, niet meer betaald worden omdat er geen budget meer beschikbaar blijkt te zijn. Bronnen binnen de administratie van justitie bevestigen ook dat het jaarbudget voor de begrotingspost gerechtskosten is uitgeput.
De problematiek kwam op 4 november 2026 al even aan bod tijdens het vragenuurtje van de commissie Justitie. In zijn repliek op het antwoord van minister van Justitie Annelies Verlinden op een vraag over extra middelen voor haar dure vliegreis naar Abu Dhabi, maakte Stefaan Van Hecke van de gelegenheid gebruik om de betalingsproblemen bij vertalers en tolken aan te kaarten:
"Er zijn toch nog noden. Nog maar enkele dagen geleden ontving ik opnieuw berichten dat bepaalde vertalers en tolken die voor Justitie werken, niet meer worden betaald, omdat er geen budget meer is voor onze tolken en vertalers."
De volksvertegenwoordiger van Groen reageerde daarmee op de minister, die in haar antwoord had toegelicht dat bepaalde meerkosten werden opgevangen door onderbenuttingen op andere begrotingsposten. Dat betekent dat er op bepaalde posten middelen beschikbaar waren die niet volledig werden besteed en konden worden aangewend om andere uitgaven te financieren.
Voor het parlementslid roept dat de vraag op waarom die beschikbare middelen niet kunnen worden ingezet voor de gerechtskosten en de betaling van de beëdigd vertalers en tolken:
"Ik zou heel graag zien dat, als er op bepaalde posten onderbenuttingen zijn, die middelen worden aangewend voor onze tolken en vertalers die elke dag bij Justitie werken om ervoor te zorgen dat complexe strafdossiers tijdig kunnen worden behandeld."
Stefaan Van Hecke bevestigde gisteren ook aan ons de minister hierover nog te zullen ondervragen via een nog in te dienen bijkomende parlementaire vraag. Voor de beroepsgroep van beëdigd vertalers en tolken is het te hopen dat die vragen niet alleen meer transparantie opleveren, maar ook leiden tot structurele oplossingen. Want wie regelmatig bijdraagt aan een correcte rechtsbedeling, mag niet telkens opnieuw moeten afwachten of er aan het einde van het begrotingsjaar nog voldoende budget is om het geleverde werk betaald te krijgen.
Vermoedelijk mee onder druk van de parlementaire interventie en van de pers die is beginnen te informeren bij de FOD Justitie, heeft heden namiddag ook de FOD Justitie een en ander bevestigt in een mail van de dienst Gerechtskosten aan zijn dienstverleners::
"De betalingen van facturen en kostenstaten voor prestaties in het kader van de gerechtskosten zijn momenteel opgeschort omdat het oorspronkelijk budget dat aan de FOD Justitie was toegewezen, is uitgeput.
Een budgetverhoging werd inmiddels goedgekeurd door de Inspectie van Financiën.
De administratieve procedure om deze bijkomende middelen beschikbaar te stellen, is echter complex en neemt enige tijd in beslag. Zo moet nog een koninklijk besluit ter ondertekening aan de Koning worden voorgelegd. Deze procedure wordt beheerd door een andere federale overheidsdienst. Wij beschikken momenteel nog niet over een concrete planning voor de afronding ervan en kunnen u daarom nog geen datum meedelen waarop de betalingen zullen worden hervat. Wij hopen dat dit zo spoedig mogelijk kan gebeuren.
In afwachting daarvan verwerken en registreren we de ingediende dossiers verder, zodat de betalingen kunnen worden uitgevoerd zodra de nodige kredieten beschikbaar zijn.
Wij bieden u onze verontschuldigingen aan voor het ongemak dat deze situatie, buiten de wil van onze administratieve diensten om, met zich brengt.
Net als u kijken wij uit naar een snelle oplossing van dit probleem."
Een structurele onderbudgettering die al langer bekend is
Deze signalen komen ook niet echt als een verrassing. Uit eerdere parlementaire vragen en antwoorden weten we dat de financiering van de gerechtskosten in strafzaken al geruime tijd onder druk staat.
Eerder dit jaar diende Stefaan Van Hecke een schriftelijke parlementaire vraag in over de uitbetaling van gerechtskosten en het budget voor strafzaken in 2026. Aanleiding waren onder meer de vragen die hij eerder had gesteld tijdens de bespreking van de beleidsnota Justitie op 11 februari 2026.
De cijfers die hij daarbij voorlegde, waren opmerkelijk. In de algemene uitgavenbegroting 2026 is ongeveer 106,5 miljoen euro uitgetrokken voor gerechtskosten in strafzaken. Dat bedrag is aanzienlijk lager dan de reële uitgaven van de voorgaande jaren:
- 2023: ongeveer 112,5 miljoen euro;
- 2024: ongeveer 113 miljoen euro;
- 2025: ongeveer 119 miljoen euro (volgens antwoord van minister Verlinden);
- 2026: ongeveer 106,5 miljoen euro begroot.
Van Hecke vroeg de minister hoe zij kon verantwoorden dat het voorziene budget opnieuw lager lag dan de historische uitgaven, terwijl de kosten bovendien onderhevig zijn aan indexering van de tarieven en mogelijke verwijlintresten bij laattijdige betaling. Hij wilde ook weten op welke ramingsmethodologie de regering zich baseerde om te besluiten dat het beschikbare budget zou volstaan.
In haar schriftelijke antwoord gaf minister Verlinden aan dat in 2025 bijna 119 miljoen euro nodig was voor de uitbetaling van gerechtskosten in strafzaken.
Om die uitgaven te kunnen financieren, waren in 2025 aanzienlijke begrotingsherverdelingen noodzakelijk. In totaal werd 19,66 miljoen euro intern herverdeeld naar de begrotingsposten voor gerechtskosten. Daarnaast vond nog een bijkomende herverdeling van 750.000 euro plaats tussen verschillende basisallocaties. Ook bij de begrotingscontrole 2025 werden volgens de minister bijkomende middelen ingeschreven, zij het voor een beperkter bedrag van 130.000 euro.
De cijfers illustreren dat de oorspronkelijke begrotingskredieten niet zouden volstaan om de effectieve uitgaven voor gerechtskosten in strafzaken te dekken.
Een bufferbudget van 20 miljoen euro voor 2026 via "de interdepartementale provisie"
In haar antwoord wees minister Verlinden op een bijkomend financieringsmechanisme.
Sinds 2025 wordt volgens haar een bufferbudget voorzien via de interdepartementale provisies (IDP) van Justitie. Die buffer moet ervoor zorgen dat eventuele tekorten bij de gerechtskosten op het einde van het jaar kunnen worden opgevangen wanneer herverdelingen binnen de reguliere begrotingskredieten niet volstaan. Meer bepaald bevestigde de minister dat binnen het overgedragen saldo van de IDP Veiligheid 2025 een bedrag van 20 miljoen euro werd voorzien voor gerechtskosten. Dat bedrag moest structurele tekorten in 2026 helpen vermijden.
De minister benadrukte dat de regering aldus rekening hield met de onvoorspelbaarheid van de gerechtskosten. Volgens het antwoord van de minister is het aantal vorderingen voor gerechtelijke expertises en andere prestaties moeilijk vooraf in te schatten en hangt het onder meer af van de complexiteit en de evolutie van strafdossiers.
Toch stellen wij ons openlijk de vraag: als daadwerkelijk 20 miljoen euro bijkomende middelen werden gereserveerd om tekorten te vermijden, hoe komt het dan dat vertalers en tolken twee maanden vóór het einde van het jaar opnieuw aangeven dat hun prestaties al sinds een paar weken niet meer betaald worden wegens een gebrek aan budget?
De vraag rijst ook of de betrokken diensten - de FOD Justitie, de beleidscel van de minister van Justitie, de FOD BOSA en de Inspectie van Financiën (IF) - dit jaar tijdig in actie zijn geschoten en/of aangesproken werden om tijdig het nodige te doen om het bufferbudget aan te kunnen spreken voor de betaling van de facturen in het kader van gerechtskosten in strafzaken.
Eerdere alarmsignalen en overleg met sector hebben nieuwe tekorten niet kunnen vermijden
In zijn parlementaire vraag verwees Van Hecke ook naar de alarmkreten die in januari 2026 opnieuw waren geuit over achterstallige betalingen. De FOD Justitie zag zich toen zelfs genoodzaakt te reageren via een eigen persbericht.
De volksvertegenwoordiger vroeg de minister welke structurele overlegmechanismen bestaan om betalingsproblemen proactief op te volgen en welke dialoog met de beroepsgroepen werd gevoerd.
Minister Verlinden antwoordde dat er regelmatig vergaderingen plaatsvinden tussen de administratie, haar kabinet en de beroepsverenigingen van beëdigd vertalers en tolken. De opmerkingen en suggesties van de beroepsgroepen zouden worden meegenomen bij de verbetering van de bestaande procedures.
Tegelijk erkende ze dat de dienst Gerechtskosten, ondanks de verschillende genomen maatregelen, niet in staat was de achterstand weg te werken.
Dat maakt de recente meldingen des te verontrustender. Overleg en digitalisering kunnen immers pas tot duurzame verbeteringen leiden wanneer er voldoende financiële middelen, personeel én efficiënt werkende tools beschikbaar zijn om de facturen van geleverde prestaties tijdig te verwerken en te betalen.
