Tijdens een recent actualiteitsdebat in de Kamercommissie Justitie ondervroegen volksvertegenwoordigers Stefaan Van Hecke en Marijke Dillen minister van Justitie Annelies Verlinden over de veiligheid van beëdigd vertalers en tolken. Daarbij kwam ook een oud pijnpunt opnieuw naar boven: de anonieme identificatienummers voor het werk in gevoelige dossiers, die al sinds 2019 in de wet staan, maar in de praktijk 7 jaar later nog altijd niet kunnen worden gebruikt.
Opvallend was dat de minister in haar antwoord niet inging op de vraag waarom het noodzakelijke uitvoeringsbesluit nog steeds ontbreekt. De vragen daarover werden straal genegeerd. Nochtans werkte haar kabinet het voorbije jaar wel aan wetgevende initiatieven rond de anonimisering van cipiers en de bescherming van magistraten en griffiepersoneel. Van magistraten en griffiers, maar ook van cipiers en politieambtenaren bestaan er uiteraard geen publiek raadpleegbare databanken met hun persoonsgegevens. Van beëdigd vertalers en tolken wel: de database van het Nationaal register, online raadpleegbaar. Vertalers en tolken zijn als zelfstandige ondernemers ook nog eens opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), die ook een publieke zoekfunctie heeft.
Een dossier met een lange voorgeschiedenis
De discussie over de bescherming van beëdigd vertalers en tolken gaat terug tot 2014. Toen werd de oprichting van een nationaal register voorbereid. Al tijdens de parlementaire behandeling werd door het College van procureurs-generaal gewaarschuwd dat vertalers en tolken die betrokken zijn bij gevoelige dossiers - zoals terrorisme, georganiseerde criminaliteit of mensenhandel - extra bescherming nodig hebben.
Die bezorgdheid nam toe nadat in 2017 werd beslist het Nationaal register publiek raadpleegbaar te maken via de website van de FOD Justitie. Daardoor werd het eenvoudiger om de identiteit van vertalers en tolken te achterhalen.
De Beroepsvereniging van Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT) stelde daarom in een advies uit 2017 voor om in risicodossiers te werken met anonieme identificatienummers. Het idee kreeg steun in het parlement en ook toenmalig minister van Justitie Koen Geens sprak zich positief uit over zo'n systeem.
Wettelijk geregeld, maar niet uitvoerbaar
In 2018 bevestigde minister Geens dat gekozen werd voor een systeem waarbij enkel de beheerders van het register de link kunnen leggen tussen een identificatienummer en de identiteit van de betrokken vertaler of tolk. De praktische regeling zou worden vastgelegd in een Koninklijk besluit (KB).
Dat principe werd vervolgens wettelijk verankerd in de wet van 5 mei 2019. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt sindsdien dat beëdigd vertalers en tolken in veiligheidsgevoelige dossiers een anoniem identificatienummer kunnen krijgen, waardoor hun naam en andere identificerende gegevens volledig worden afgeschermd.
Maar hoewel het nationaal register sinds 2022 publiek toegankelijk is, ontbreekt het uitvoeringsbesluit nog altijd. Het gevolg: de wettelijke bescherming bestaat op papier, maar niet in de praktijk.
Ontwerp-KB stuit op juridische bezwaren
Binnen de FOD Justitie werd in de periode 2023-2024 een ontwerp van Koninklijk besluit uitgewerkt. Dat voorzag onder meer in een systeem waarbij het openbaar ministerie per dossier een anoniem identificatienummer kan toekennen en de identiteit van de betrokken deskundige of tolk in een vertrouwelijk register wordt bijgehouden.
De Raad van State erkende in mei 2024 het belang van een betere bescherming, maar stelde tegelijk vast dat het onderzochte ontwerp op meerdere punten juridisch tekortschiet. Volgens de Raad gingen verschillende bepalingen verder dan wat de wet toelaat. Zo waren er problemen met de verwerking van persoonsgegevens, de voorgestelde controlemechanismen en de strafsancties. Ook wees de Raad erop dat het ontwerp uitsluitend was uitgewerkt voor strafzaken, terwijl de wettelijke basis ruimer is.
Het gevolg was duidelijk: het ontwerp moest grondig worden herwerkt en op bepaalde punten zou zelfs bijkomende wetgeving nodig kunnen zijn. Ondertussen was de vorige regering (Vivaldi-regering) ook ontslagnemend en het parlement ontbonden en konden geen nieuwe wetgevende initiatieven worden genomen.
Petitie en parlementaire druk
Omdat er geen vooruitgang kwam in meerdere dossiers voor beëdigd vertalers en tolken, lanceerde de BBVT in november 2024 de petitie "Meer waardering en erkenning voor beëdigd vertalers en tolken" als een memorandum voor de komende regering. Daarin werd onder meer expliciet gevraagd om eindelijk werk te maken van een uitvoerbaar systeem van anonieme identificatienummers en van een betere wettelijke bescherming van vertalers en tolken in gevoelige dossiers.
De petitie verzamelde uiteindelijk 1.180 handtekeningen en werd eind februari 2025 persoonlijk overhandigd aan minister Verlinden en later aan haar kabinetschef. Ook de voorzitter en de leden van de Kamercommissie Justitie kregen de petitie.
Zo bleef het onderwerp in het parlement op de agenda. Na een "vijf voor twaalf"-actie op 20 juni 2025 waarbij magistraten op de trappen van het Antwerpse hof van beroep aandacht vroegen voor justitie en haar ketenpartners (advocaten, vertalers, tolken en gerechtsdeskundigen), stelde volksvertegenwoordiger Marijke Dillen op 2 juli 2025 een mondelinge parlementaire vraag aan minister Verlinden op basis van de petitie van de BBVT. Ze stelde daarin o.a.:
"Tot slot, ook in gevoelige dossiers - ik denk dan aan terrorisme en georganiseerde misdaad - kunnen beëdigd vertalers en tolken een cruciale rol hebben. Bent u bereid een initiatief te nemen om de beëdigd vertalers en tolken toe te voegen aan de lijst van personen met een maatschappelijke functie in de zin van artikel 79, 4° van het nieuwe Strafwetboek om hun zo een betere bescherming te geven? Bent u ook bereid in dergelijke dossiers de anonimiteit te waarborgen en via een werkbaar uitvoeringsbesluit een anoniem identificatienummer in te stellen? Mevrouw de minister, dat zijn allemaal elementen waarop in de petitie van de beroepsvereniging wordt aangedrongen."
Het antwoord van minister Verlinden daarop luidde:
"Voor uw vraag over de anonimiteit verwijs ik naar artikel 555/11, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de bevoegde overheid een anoniem identificatienummer kan toekennen per dossier in de gevallen waarin het vereist is dat de identiteit van de betrokkene die optreedt in zijn hoedanigheid wordt afgeschermd om veiligheidsredenen. Dat anoniem identificatienummer is een ander dan het identificatienummer bedoeld in het eerste lid en houdt in dat de identiteit wordt verborgen van de betrokkene die in zijn hoedanigheid handelt. De modaliteiten inzake de toekenning en het beheer van het anonieme identificatienummer worden door de Koning bepaald.
Mevrouw Dillen, ik ben net als u bezorgd over de veiligheid van alle partners, dienstverleners en werknemers van Justitie, dus ook over de veiligheid van de vertalers en tolken. De analyse van die veiligheidsaspecten maakt deel uit van de globale analyse van de veiligheid in de gerechtsgebouwen en de gevangenissen. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan een koninklijk uitvoeringsbesluit waarin de praktische modaliteiten voor de tenuitvoerlegging van die bepalingen worden omschreven."
Uit de eerste paragraaf kunnen we opmaken dat de minister van Justitie er op 2 juli 2025 blijkbaar van uitging dat het systeem van anonieme identificatienummers al in werking is en er dus een uitvoeringsbesluit is. We kunnen enkel hopen dat de minister en haar kabinet intussen op de hoogte zijn van deze lacune in de wetgeving. In de tweede paragraaf gaat het over een komend uitvoeringsbesluit over de veiligheid van alle partners, dienstverleners en werknemers van Justitie. Ook daarvan hebben we in de praktijk nog niets mogen merken.
Conclusie: geen oplossing in zicht
Vandaag, bijna 10 jaar nadat de eerste voorstellen voor anonimiteit op tafel kwamen, zeven jaar nadat de maatregel wettelijk werd ingevoerd, en één jaar na het vorige antwoord van de minister hierover in het parlement, is er steeds geen KB en dus geen operationeel systeem van anonieme identificatienummers voor beëdigd vertalers en tolken. Erger nog: de minister negeerde deze week nog de vraag van twee parlementsleden over dit onderwerp. Voor professionals die meewerken aan dossiers rond terrorisme, georganiseerde criminaliteit, grote drugsdossiers (Sky ECC) of mensensmokkel blijft hun identiteit daardoor onvoldoende beschermd. Dat de minister in het parlement om de hete brij heen draaide, kan een teken zijn dat het nog wel eens heel lang kan aanslepen.
