Toen op 27 juni 2024 de nieuwe regels rond vertaling en vertolking in strafprocedures in werking traden, leek dat een belangrijke doorbraak voor de rechtsbescherming van anderstalige verdachten en beklaagden. Met omzendbrief COL 09/2024 voerde het College van procureurs-generaal een fundamentele koerswijziging door in de bestaande Salduz-richtlijnen voor politieverhoren: het recht op vertaling van essentiële processtukken mocht niet langer afhangen van een verzoek van de betrokkene, maar moest voortaan actief en automatisch door de overheid worden gegarandeerd.
Twee jaar later rijst echter de vraag of die doelstelling ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Een correctie onder Europese druk
De hervorming kwam er niet toevallig. België werd door de Europese Commissie op de vingers getikt omdat het Europese richtlijnen over procedurele rechten onvoldoende had omgezet. Het belangrijkste kritiekpunt over de omzetting van de Europese Richtlijn 2010/64/EU betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures was: verdachten en beklaagden konden wel een vertaling krijgen van essentiële processtukken, maar moesten daar zelf om vragen.
Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie was dat onvoldoende. Wie de taal van de procedure niet begrijpt, moet automatisch toegang krijgen tot een tolk, binnen een redelijke termijn een vertaling ontvangen van essentiële documenten en actief worden geïnformeerd over die rechten. De wet van 25 april 2024 houdende verdere omzetting van de richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures enz. en de uitvoeringsrichtlijnen in omzendbrief COL 09/2024 moesten daar verandering in brengen.
Van verzoekrecht naar automatische waarborg
De kern van de hervorming is eenvoudig: de overheid moet zelf nagaan welke taal een verdachte begrijpt en ervoor zorgen dat de nodige vertalingen automatisch worden verstrekt.
Vanaf het eerste verhoor wordt daarom geregistreerd:
- welke taal de verdachte begrijpt;
- in welke taal hij door een tolk wil worden bijgestaan;
- in welke taal hij vertalingen van essentiële processtukken wenst te ontvangen.
Registratie van de taalkeuze
Bij het eerste verhoor wordt een aparte bijlage aan het proces-verbaal toegevoegd waarin de taalkeuze van de verdachte wordt vastgelegd. Deze keuze wordt vervolgens opgenomen in de informaticasystemen van politie en Justitie (MACH). Hierdoor moet het systeem later automatisch kunnen signaleren wanneer een vertaling vereist is. We kunnen enkel hopen dat sindsdien ook statistieken worden bijgehouden binnen justitie van hoe vaak een tolk of vertalingen nodig zijn en voor welke talencombinaties.
Duidelijke verantwoordelijkheden
De opdracht tot vertaling wordt afhankelijk van het document toegewezen aan een specifieke instantie:
- het openbaar ministerie voor onder meer dagvaardingen, eindvorderingen en akten van beschuldiging;
- de onderzoeksrechter of diens griffie voor aanhoudingsbevelen;
- de griffie van de rechtbank voor vonnissen en bepaalde rechterlijke beslissingen.
Hierdoor wordt voor het eerst systematisch vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het aanvragen van vertalingen en voor de verzending ervan aan de betrokkene.
De verplichte vertaling heeft betrekking op essentiële processtukken zoals aanhoudingsbevelen, dagvaardingen, tenlasteleggingen en rechterlijke uitspraken. Het gaat daarbij minstens om de passages die noodzakelijk zijn om de verdediging mogelijk te maken: de beschrijving van de feiten en de praktische informatie over de verdere procedure.
Voor beëdigd vertalers en vertalers-tolken leek dit een belangrijke versterking van hun maatschappelijke rol. Men verwachtte een aanzienlijke toename van het aantal vertaalopdrachten in strafzaken en een verdere professionalisering van de taalkundige ondersteuning binnen justitie.
De cijfers vertellen een ander verhaal
Die verwachte groei blijkt voorlopig echter uit te blijven.
Uit recente cijfers die minister van Justitie Annelies Verlinden verstrekte naar aanleiding van een parlementaire vraag "Bijstand vertalers en tolken. - Kostprijs." van volksvertegenwoordiger Marijke Dillen, blijkt dat de uitgaven voor schriftelijke vertalingen in strafzaken in 2025 zelfs lager lagen dan in 2024.
Waar in 2024 nog 15,1 miljoen euro werd besteed aan vertalingen, daalde dat bedrag in 2025 tot 14,25 miljoen euro. Dat is een afname van ruim 840.000 euro. Voor tolken was er wel een lichte stijging van ongeveer 21,2 miljoen euro in 2024 naar 21,9 miljoen euro in 2025.
Die cijfers verdienen bovendien nuance. Wegens budgettaire tekorten werden bijna 15,5 miljoen euro onbetaalde gerechtskosten uit 2024 doorgeschoven naar 2025. De werkelijke daling van de uitgaven voor schriftelijke vertalingen in 2025 kan daardoor in werkelijkheid nog groter zijn. Ook tegenover de uitgaven aan vertalingen in 2023 was de stijging in 2025 beperkt: van 13,7 miljoen naar 14,2 miljoen euro, net iets meer dan een half miljoen euro meer. Niet onbelangrijk is het gegeven dat de tarieven in strafzaken jaarlijks worden geïndexeerd: in 2023 bedroeg de indexering 3,9%, in 2023 liefst 11,11%, in 2024 was dat 1,13% en in 2025 bedroeg de indexering 3,58%. Zelfs bij een gelijk volume aan opdrachten is een jaarlijkse stijging van de uitgaven een logisch gevolg van deze indexering.
Een gemiste kans?
Voor veel beëdigd vertalers en tolken bevestigen deze cijfers over de uitgaven in 2025 wat al langer op het terrein wordt aangevoeld. De bijkomende vertalingen die sinds eind juni 2024 verplicht zouden moeten worden verstrekt aan verdachten, beklaagden en veroordeelden leiden duidelijk niet tot een zichtbare stijging van het aantal vertaalopdrachten.
Dat roept vragen op over de wijze waarop de nieuwe verplichtingen in de praktijk worden ingevuld. Steeds vaker bestaat de indruk dat gerechtelijke diensten voor bepaalde vertalingen terugvallen op online - veelal gratis - vertaaltoepassingen in plaats van op beëdigd vertalers. Indien dat inderdaad gebeurt, rijzen niet alleen vragen over de kwaliteit van de vertalingen, maar ook over de vertrouwelijkheid van gevoelige gerechtelijke documenten zoals dagvaardingen, aanhoudingsbevelen en vonnissen.
Dat is des te opmerkelijker omdat de hervorming juist bedoeld was om de rechten van verdediging beter te beschermen.
Meer dan een administratieve formaliteit
Het recht op vertaling is geen administratieve formaliteit. Het is een fundamenteel onderdeel van het recht op een eerlijk proces. Een beklaagde die een dagvaarding niet begrijpt, kan zich moeilijk voorbereiden op zijn verdediging. Een veroordeelde die een vonnis niet begrijpt, kan onmogelijk weloverwogen beslissen of hij hoger beroep wil aantekenen. Zeker gezien de vaak korte en strikte beroepstermijnen is een tijdige en kwaliteitsvolle vertaling essentieel.
De Europese wetgever heeft daarom bewust gekozen voor een systeem waarin de overheid deze rechten actief moet waarborgen. In artikel 5.2 van de Europese Richtlijn 2010/64/EU is bovendien gestipuleerd dat om adequate vertolking en vertaling en efficiënte toegang hiertoe te bevorderen, de lidstaten streven naar de instelling van een register of registers van onafhankelijke vertalers en tolken die naar behoren zijn gekwalificeerd.
Praktische uitvoering blijft een aandachtspunt.
De vraag is niet langer of verdachten en beklaagden recht hebben op vertaling van essentiële processtukken. Die discussie is beslecht: de invoering van het proactieve vertaalrecht is verankerd in de wetgeving en een omzendbrief. De echte uitdaging voor de komende jaren bestaat erin ervoor te zorgen dat deze vertalingen tijdig, vertrouwelijk en kwaliteitsvol worden geleverd door professionals die daarvoor zijn gekwalificeerd en beëdigd.
Alleen dan wordt de ambitie van de Europese regelgeving werkelijkheid: een strafprocedure die in iedere fase van de procedure daadwerkelijk begrijpelijk is voor iedereen die eraan wordt onderworpen.
Analyse en grafiek: © Translatica vof

