2 maart 2026

Gerechtskosten en verwijlintresten: discussie over startpunt betalingstermijn van 30 dagen

Mondelinge parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Alexander Van Hoecke aan minister van Justitie Annelies Verlinden over "De betaling van vertalers en tolken en de kritiek van de BBTV inzake 'creatieve' boekhouding"

14.01 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken of BBVT trekt opnieuw aan de alarmbel over de achterstallige betalingen voor vertaalopdrachten bij Justitie. Dat is niet de eerste keer maar dit keer wordt vooral uw creatieve boekhouding aangeklaagd.

De BBVT kondigt zelfs de voorbereiding van mogelijke juridische stappen aan. Volgens de vertalers en tolken gebruikt u immers juridische trucs om de wet, die volgt uit een Europese richtlijn, te omzeilen bij de berekening van de interest.

De beroepsvereniging hekelt daarbij uw uitspraken naar aanleiding van mijn vorige vraag over de verwijlinterest, waarin u onder meer stelde dat de betalingstermijn van 30 dagen pas begint te lopen op het moment van de elektronische indiening van de factuur in Peppol. Nochtans stellen de Europese richtlijn en de wetgeving heel duidelijk dat de termijn start bij de voltooiing van de dienstverlening of de ontvangst van de factuur.

Ten eerste, wat is uw standpunt over de kritiek van de BBVT?

Ten tweede, kunt u bevestigen dat de betalingstermijn begint te lopen vanaf de voltooiing van de dienstverlening of de ontvangst van de factuur?

14.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Hoecke, het is, ten eerste, heel duidelijk dat wij op geen enkele manier proberen de wetgeving inzake de berekening van intresten te omzeilen.

Ondanks de invoering van de nieuwe e-facturatieverplichtingen blijven de beëdigde vertalers en tolken onderworpen aan de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten alsook aan het gerechtskostenbesluit van 15 december 2019. Krachtens die wetgeving moeten prestatieverleners hun kostenstaat indienen bij het bevoegde taxatiebureau, uiterlijk zes maanden na de uitvoering van hun prestatie. De prestatieverlener moet bovendien de vordering en de goedkeuring van de opdrachtgever van de prestatie bezorgen aan het taxatiebureau. De betalingstermijn begint te lopen vanaf het moment waarop het dossier volledig en correct is, zoals vermeld in de wet betreffende de gerechtskosten. Volgens die systematiek gebeuren de betalingen.

14.03 Alexander Van Hoecke (VB): De kritiek die de vertalers en tolken op die werkwijze hebben, is mijns inziens terecht. Door de termijn van dertig dagen pas te laten starten bij een latere Peppolfactuur, creëert de overheid een kunstmatige vertraging die volgens mij wel degelijk indruist tegen de EU-richtlijn. Zij hebben op dat vlak zeker een punt.

U hebt er de vorige keer ook aan toegevoegd dat de termijn pas mag starten na de goedkeuring van de kostenstaat door het taxatiebureau. De taxatie van een kostenstaat duurt in de praktijk vaak maanden. Dat hebt u bij eerdere antwoorden al bevestigd. De bewering om creatief met de boekhouding om te springen, lijkt mij dan ook niet compleet uit de lucht gegrepen of overdreven.

Wij zullen de problematiek blijven opvolgen. Wij zullen zien wat de vertalers en tolken zelf eventueel daartegen ondernemen. Elementen uit de kritiek van de vertalers en tolken houden in ieder geval zeker steek. Wij zullen het dossier dus blijven opvolgen en zien hoe een en ander uitdraait.

Bron: Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, integraal verslag van de Commissie voor Justitie van 25 februari 2026.

Bekijk hier de video

Meer informatie of een afspraak maken?