16 september 2026

Betaling binnen de 30 dagen nog lang niet de norm: 57% van de facturen in strafzaken nog altijd te laat betaald

Dienstverleners in strafzaken wachten gemiddeld 49 dagen op de betaling van hun facturen

Slechts 43% van de facturen voor gerechtskosten in strafzaken werd in de eerste helft van 2026 binnen de wettelijke termijn van 30 dagen betaald. In 2025 bedroeg dat percentage nog 44,5%. 57% van de schuldvorderingen werd dus niet binnen de wettelijke betalingstermijn voldaan.

Dat blijkt uit de meest recente betalingsstatistieken van de FOD BOSA. Daarmee zet de neerwaartse trend van de voorbije jaren zich verder door.

Van de laattijdig betaalde schuldvorderingen werd 36,56% betaald tussen 31 en 60 dagen. Nog eens 20,44% werd pas na meer dan 60 dagen betaald.

De gemiddelde betalingstermijn bedroeg in de eerste helft van 2026 49 dagen. Dat is een lichte verbetering tegenover het eerste kwartaal afzonderlijk, toen de gemiddelde betalingstermijn 51 dagen bedroeg. Vergeleken met heel 2025 - toen gemiddeld 47 dagen werd gewacht op de betaling van ingediende facturen - is er echter opnieuw sprake van een stijging. Die 47 dagen waren toen ook al een record sinds de FOS BOSA in 2022 afzonderlijke statistieken over de betaling van gerechtskosten begon te publiceren.

Van 90% tijdig in 2023 naar amper 43% vandaag

Vooral de evolutie sinds 2023 is bijzonder opvallend. In dat jaar werd nog 90% van de schuldvorderingen binnen 30 dagen betaald. De gemiddelde betalingstermijn bedroeg toen slechts 19 (!) dagen. Sindsdien zijn de betalingsresultaten jaar na jaar verslechterd.

Ondanks extra personeel, JustInvoice en dreigende verwijlintresten

De door minister van Justitie Annelies Verlinden vorig jaar aangekondigde maatregelen om de achterstand weg te werken, lijken volgens de statistieken voorlopig weinig effect te hebben. Zo werden de lokale antennes van de taxatiebureaus versterkt met extra personeel en werd het gebruik van JustInvoice verplicht voor het indienen van kostenstaten.

Ook de aangekondigde regeling waarbij vanaf 1 februari 2026 verwijlinteresten zouden worden betaald bij overschrijding van de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen, lijkt de betalingen (voorlopig?) niet merkbaar te versnellen. Het blijft ook hoogst onduidelijk of die verwijlintresten in alle toepasselijke gevallen worden uitbetaald.

De invoering van Peppol zorgde ook voor een complexe en moeizame procedure door de verplichte indiening van zowel kostenstaten met bijlagen als e-facturen voor dezelfde prestaties en dus extra administratief werk voor dienstverleners en de administratie van justitie.

Sneller een volwaardige begroting, maar geen snellere betaling

Vorig jaar moest de federale overheid de eerste twee kwartalen werken met voorlopige twaalfden, omdat er pas vanaf 1 juli 2025 een definitieve begroting was. In 2026 was dat alleen in het eerste kwartaal het geval. Maar ook dit lijkt weinig invloed te hebben op de snelheid van de betalingen.

In een persbericht van 8 januari 2026 speelde de FOD Justitie dit argument nog als volgt uit: "In 2024 bedroeg de gemiddelde betalingstermijn van al deze kostenstaten 36 dagen. In 2025 was de gemiddelde betalingstermijn hoger door de periodes waar er geen volwaardige begroting was."

De cijfers blijven ondertussen duidelijk: de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen wordt voor een meerderheid van de schuldvorderingen niet gehaald.

Voor beëdigd vertalers en tolken en andere dienstverleners in strafzaken is de vaststelling dan ook weinig rooskleurig. Ondanks extra personeel, de veralgemening van digitale procedures en de invoering van een systeem van verwijlinteresten is er voorlopig geen sprake van een structurele ommekeer. Betaling binnen de 30 dagen is nog lang niet altijd en overal de norm.

Meer informatie of een afspraak maken?